‘Facetime met Mark Rutte’ (copy)

onderhanden

In deze rubriek neemt de redactie het onderhanden werk van een tekstprofessional onder de loep. In deze aflevering: Jan Walravens, sinds 2008 speechschrijver van de minister-president. Hij is in dienst van de Rijksvoorlichtingsdienst van het ministerie van Algemene Zaken (AZ). Tekstblad sprak hem eind april.

Redactie JEANINE MIES

‘Facetime met Mark Rutte’

Is jouw week op het moment helemaal gevuld met de coronacrisis?

Ja. We gaan van persconferentie naar persconferentie. De reguliere agenda van de minister-president is helemaal leeg geveegd. Niks gaat door van wat hij normaal doet, voor en achter de schermen: buitenlandse reizen, handelsmissies, openingen, werkgeversborrels, bedrijfsbezoeken. Of boeken in ontvangst nemen, dat is mijn favoriet. Die boeken mag ik dan eerst plaatsvervangend lezen. Dat is het mooie aan AZ: alles komt voorbij. Op een vakdepartement als Infrastructuur en Waterstaat (waar hij eerst speechschrijver was, red.) gaat het alleen om dát beleid. Deze plek bij AZ is de hemel voor nieuwsgierige mensen.

Wat moet je – behalve nieuwsgierig zijn – nog meer kunnen als speechschrijver?

Een speechschrijver is een broodschrijver. Je moet alles voor iedereen kunnen schrijven. Ook een brief of voorwoord. En ook voor een premier van een andere partij. Ik werk hier nu twaalf jaar en heb ook Ruttes voorganger bediend. Verder moet je leeshonger hebben, nieuwsverslaafd zijn en stevig in je schoenen staan. Zeker als het echt spannend wordt, zoals nu. Iedereen kijkt mee, en onder de Haagse kaasstolp schiet bijna iedereen gelijk in de reflex van voorzichtig of overcompleet willen zijn.

Hoe anders is deze tijd voor jou?

Alles is in de overtreffende trap. MH17 was ook groot. Maar nu zijn er direct zeven miljoen televisiekijkers. Dat is een groot verschil met voorheen: een persconferentie is rechtstreekse publiekscommunicatie geworden. Er komt veel druk op. Het moet live goed gaan, in één keer.

Hoe werk je aan zo’n speech?

Dat hangt nogal af van de setting. Aan Ruttes Churchilllezing in Zwitserland heb ik misschien wel 100 uur geschreven, ik begon vier weken van tevoren. Maar bij de tramaanslag in Utrecht, toen hij al snel op camera reageerde, was dat een kwartier. Een speech voor een persconferentie in coronatijd heeft een doorlooptijd van 48 uur. Dat is voor de cyclus informatievoorziening-besluitvorming-schrijven-afstemming. Ik krijg heel veel input, van alle kanten.

En wat zijn verder de uitdagingen?

De tekst moet heel duidelijk zijn, juist vanwege dat grote publiek. In de Tweede Kamer kun je ‘afschalen’ zeggen, maar op televisie beter ‘versoepelen’. Sowieso wegen we veel woorden. Ik was zelf niet zo’n fan van ‘het nieuwe normaal’. Dat lijkt blijvend, terwijl mensen elkaar uiteindelijk gewoon weer een hand willen kunnen geven. Dat probeer je dan zoveel mogelijk te vervangen, bijvoorbeeld door ‘de weg terug’. Een woord als ‘transitie’ is te veel managementtaal en ‘overgangsfase’ roept de vraag op: naar wat? Verder is erkenning belangrijk voor de moeilijke situatie waarin veel verschillende groepen zich bevinden.

Wat vindt Rutte van je teksten?

Dat gaat gelukkig redelijk probleemloos. Wat voor elke speechschrijver belangrijk is, is ‘facetime’ met je baas zoals ik dat graag noem. Je moet hem of haar af en toe kunnen bevragen. Je spreker is nou eenmaal de beste bron voor speeches. Daarmee maak je teksten persoonlijk. Het gaat me om de persoonlijke verhalen. Niet om de woorden – die kan ik wel inschatten. De taal wordt makkelijker als je langer voor iemand schrijft. Dat is de kern van ons vak: schrijven met het hoofd van iemand anders. Zoals Ted Sorensen zei, de man achter Kennedy: als iemand met een verantwoordelijke positie een voorbereide tekst uitspreekt en draagt, dan is het echt zijn of haar tekst.

Heeft hij jou geïnspireerd? Wie zijn jouw voorbeelden?

Ted Sorensen, bekend van ‘vraag niet wat je land voor jou kan doen, maar wat jij voor je land kunt doen’, heeft het politieke speechschrijven opnieuw uitgevonden in de jaren 50/60. Zijn opvattingen zijn nog steeds kakelvers. Verder kijk ik graag naar Clinton. Die kon improviseren. Net als Martin Luther King. Van zijn I have a dream-speech stond ook maar de helft op papier. Verder is Jon Favreau natuurlijk veelgeroemd, de speechschrijver van Obama.

Wat is jouw kwaliteit?

Ik ben goed in dingen ‘platslaan’, moeilijke onderwerpen simpel maken. In de coronaspeeches betekent dat: gelijk aan het begin tot de kern komen. Wat is mijn boodschap voor vanavond? Want daar zitten mensen op te wachten. Ik zeg altijd: vertel eerst wat je vindt, dan pas wat je gevonden hebt. Verder heb ik in de loop der jaren geleerd ambtelijke collega’s mee te krijgen met een verhaal. Ik maak ze in feite medeplichtig aan de tekst. Ik ga met een half idee naar ze toe, en heb het erover, zodat ze na afloop het gevoel hebben dat we het samen hebben verzonnen. Wat overigens ook vaak zo is. Als speechschrijver werk je niet in een isolement.

Je geeft ook les in speechschrijven?

Ja, ik geef ieder jaar een gastcollege bij Jaap de Jong, aan de Universiteit Leiden. En ik ben ook gastdocent bij de leergang speechschrijven van de Academie voor Overheidscommunicatie. Ik hou van het onderdeel ‘schrijven bij weerstand’. Hoe ga je om met een altijd lastige en bemoeizuchtige omgeving? Voor het onderdeel over tekststructuur pas ik altijd, want ik werk zelf veel intuïtiever. Ik lees, kijk en luister – ik sta ook altijd aan. Als mijn eerste zin goed is, weet ik dat ik alle input goed genoeg heb verwerkt om ook de rest te schrijven. Ik heb het verhaal dan in m’n hoofd.

Je kunt niet expliciet maken hoe je dat doet?

Ik heb geen flauw idee. Ik las pas een blog over tien punten die goed waren aan een persconferentie van Rutte. Dan ben ik oprecht verrast. Ik heb genoeg aan een paar haakjes. Sowieso heeft iedere speech een dragend element nodig, een stickertje. Zoals nu ‘hou vol’ of de ‘anderhalvemetersamenleving’.

Welke werkervaring vergeet je nooit meer?

De speech tijdens de eerste Nationale Herdenking van MH17. En de televisietoespraak van Rutte op 16 maart – team effort natuurlijk, maar ik mocht de pen vasthouden. Zo’n toespraak is uniek. De tweede in de geschiedenis, na Den Uyl in 1973. Dat mijn baas en ik allebei historicus zijn, maakt geschiedenis schrijven extra mooi.

Bekijk hieronder de televisietoespraak van Mark Rutte waaraan Jan Walravens schreef.

Jan Walravens. Credit: archief Walravens


    Warning: Undefined array key -1 in /var/hpwsites/u_twindigital_html/website/html/webroot/tekstbladpremium.nl/wp-content/plugins/diziner-core/lib/TwinDigital/Diziner/Core/Post.php on line 965
  • ‘Facetime met Mark Rutte’ (copy)

    Vorig artikel

    Warning: Undefined array key 0 in /var/hpwsites/u_twindigital_html/website/html/webroot/tekstbladpremium.nl/wp-content/plugins/diziner-core/lib/TwinDigital/Diziner/Core/Post.php on line 928
  • ‘Facetime met Mark Rutte’ (copy)

    Volgend artikel

Nog geen abonnee?

Tekstblad verschijnt 6 keer per jaar. Word lid en ontvang meteen het volgende nummer van Tekstblad!

Ga naar de website of stuur een e-mail naar klantenservice@virtumedia.nl

Contact

Redactieadres Tekstblad, p/a Departement van Communicatie en Cognitie, Tilburg University, Postbus 90153, 5000 LE Tilburg of redactie@tekstblad.nl.

Uitgever Virtùmedia, Postbus 595, 3700 AN Zeist, 030-6920677, tekstblad@virtumedia.nl, virtumedia.nl

Nieuwsbrief

Meld je aan voor onze nieuwsbrief en ontvang het laatste nieuws.

© Tekstblad – 2022