‘Zeker voor ingewikkelde boodschappen blijft tekst cruciaal’ (copy)

INTERVIEW

Waar vinden tekstschrijvers en taalonderzoekers elkaar? In elk geval in Tekstblad. Maar daarbuiten zijn de tekstschrijverswereld en de taalonderzoekswereld redelijk sterk van elkaar gescheiden. Terwijl we zo veel gemeenschappelijk hebben, en we veel van elkaar kunnen leren. In een poging om die twee werelden iets dichter bij elkaar te brengen, interviewt tekstschrijver Marèse Peters taalonderzoeker Ninke Stukker van de Rijksuniversiteit Groningen (RuG). ‘Als tekstschrijver wil je niet alleen weten hoe je het beste kunt schrijven, maar ook waarom.’

Marèse Peters

is tekstschrijver en schrijftrainer bij haar eigen tekstbureau STREEP. Daarnaast is ze voorzitter van Tekstnet.

Credit: archief Stukker

Ninke Stukker

‘Zeker voor ingewikkelde boodschappen blijft tekst cruciaal’

Voor dit interview wilde ik heel graag iemand uit Groningen spreken. Ik heb zelf taalwetenschap gestudeerd in Groningen, en mijn hart ligt nog steeds in die stad.

Hoe lang zit jij al in Groningen, Ninke?

Ik werk nu ruim 7 jaar aan de RuG, en sinds 2,5 jaar woon ik ook echt in de stad Groningen. Daarvoor pendelde ik op en neer vanuit Utrecht. Waarschijnlijk ken jij Groningen beter dan ik! Misschien is het leuk om te weten dat ik zelf ooit als tekstschrijver ben begonnen. Na mijn afstuderen – ik studeerde Algemene Letteren in Utrecht – werd ik gevraagd om promotieonderzoek te doen. Maar dat wilde ik op dat moment nog helemaal niet. Ik wilde de wijde wereld in. Weg uit de ivoren toren van de universiteit. Ik ben toen als tekstschrijver gaan werken, bij verschillende organisaties.

Hee, wat grappig. Collega’s dus! Toch ging je het onderzoek weer in. Waarom?

Omdat ik erachter kwam dat ik geïnteresseerd ben in de nuances van hoe je iets formuleert. Dat kwartje viel tijdens een discussie met mijn leidinggevende over een lijdende vorm die ik in een tekst had gebruikt. Natuurlijk weet ik dat veel lijdende vormen zorgen voor een statische en afstandelijke tekst, maar hier was die lijdende vorm prima op z’n plek. Vond ik. Hij was dat niet met mij eens: de lijdende vorm mag niet en daarmee basta. Dat opende mijn ogen voor het feit dat ik toch meer geschikt ben voor diepgravend onderzoek naar de subtiliteiten van taal. Wat zit er allemaal achter een bepaalde formulering? En hoe kies je uit verschillende formuleringsvarianten? Toen ben ik dus toch dat promotieonderzoek gaan doen waar ze me voor vroegen. Dat was bij de vakgroep Taalbeheersing in Utrecht.

Taalbeheersing … dat is een term waar ik niet zo veel mee kan. Kun je uitleggen wat dat betekent?

Taalbeheersing houdt zich bezig met de vraag: hoe kunnen we de kennis over taal inzetten om de communicatie van organisaties of bedrijven te verbeteren? Hoe kunnen we scholieren en studenten leren hun taal effectiever te gebruiken, en hoe kunnen we vakexperts adviseren over optimale communicatievormen? In dit vakgebied onderzoeken we dus hoe je communicatie kunt verbeteren of zelfs optimaliseren. Hoe je teksten zo kunt formuleren dat ze het beoogde effect hebben bij je doelgroep. En dat niet alleen voor geschreven teksten, maar ook voor gesproken taal en zelfs beeldtaal.

Als tekstschrijvers moeten we dus bij jullie zijn, als we iets willen weten over de effectiviteit van onze teksten. Dat is goed om te weten. Waar houd jij je in jouw onderzoek mee bezig?

Kort gezegd houd ik me bezig met formuleringskeuzes. Je kunt een bepaalde boodschap op verschillende manieren brengen. Om maar bij het voorbeeld van de lijdende vorm te blijven: je kunt zeggen ‘ik schrijf dat boek’ en ook ‘dat boek wordt door mij geschreven’. Wanneer kies je nou welke optie? Die vraag valt onder stilistiek: stijlonderzoek. Mijn eigen onderzoek heeft daarnaast een wat fundamenteler en theoretischer karakter, dus in die zin ben ik geen typische taalbeheerser. Ik hou me bezig met de vraag: hoe interpreteer je als lezer een bepaalde formulering op de juiste manier?

(Zie ook het kader met informatie over Stukkers onderzoek.)

Tja, en dan nu de hamvraag: wat hebben wij als tekstschrijvers aan jouw onderzoek?

Haha, die zag ik al aankomen. Ik kan me voorstellen dat mijn specifieke onderzoek voor jou als tekstschrijver ongelofelijk ver weg is. En saai.

Stukker: ‘Het is tijd voor de emancipatie van tekst’.

Luister hier naar haar visie op het tekstschrijversvak anno nu. De eerste stem is interviewer Marèse Peters, de tweede is Ninke Stukker.

Saai zeker niet! Dit soort theoretische taalvragen boeien mij ook. Maar ik vraag me wel af wat ik er in mijn tekstpraktijk aan kan hebben.

Het type onderzoek dat ik doe is vrij theoretisch en fundamenteel. En misschien komt er na jaren onderzoek van mijn kant maar één gouden regel uit waar je als tekstschrijver of journalist je voordeel mee kunt doen. Daarnaast bestaat er een ander soort onderzoek, dat veel dichter bij de tekstpraktijk staat. Het onderzoek van Christine Liebrecht – ik noem haar omdat jullie samen de aftrap gaven voor deze reeks [Tekstblad 5/6, 2019] – is daar een voorbeeld van, en er zijn in Nederland best veel onderzoekers voor wie dat geldt. Uit genoemd onderzoek rollen al snel veel meer concrete en bruikbare resultaten. Persoonlijk denk ik dat je beide typen onderzoek nodig hebt. Want als tekstschrijver wil je niet alleen weten hoe je het beste kunt schrijven, maar ook waarom. Welke motieven zijn er om bepaalde formuleringen te gebruiken? En hoe kies je de juiste formulering voor jouw lezer?

Dat klopt: tekstschrijvers zijn van nature mensen die het naadje van de kous willen weten. Pas als je goed snapt hoe iets in elkaar zit, kun je een onderbouwde keuze maken voor de ene of de andere formulering. Bovendien moeten we onze tekstuele keuzes vaak aan onze opdrachtgevers uitleggen. Een stevige onderbouwing kan daar alleen maar bij helpen.

Daarom stel ik je graag een tegenvraag: zou het interessant zijn als we stijlonderzoek op de een of andere manier kunnen bundelen en toegankelijk maken voor tekstschrijvers – vergelijkbaar met de Schrijfwijzer van Renkema of het Handboek Stijl van Burger en De Jong? Toen ik in Leiden werkte, heb ik samen met hoogleraar taalkunde Arie Verhagen een boek geschreven: Stijl, taal en tekst. Over de onderzoeksachtergrond van allerlei formuleringskeuzes. We speelden toen ook met het idee om een stijlwiki op te zetten: met thematisch gerubriceerde bijdragen van stijlonderzoekers over hun werk. Korte en krachtige stukjes, inclusief een link naar een artikel om verder te lezen. Als tekstschrijver zou je daar hele specifieke wetenschappelijke informatie kunnen vinden, zonder dat je daar een hele universiteitsbieb voor hoeft door te vlooien. Zouden we jou en je collega’s met zoiets een plezier doen?

Dat lijkt me heel interessant! Nu denk ik er niet eens aan om onderzoeksartikelen te raadplegen, domweg omdat ik niet weet waar ik moet beginnen. Met zo’n wiki zouden jullie die schat aan informatie in één klap toegankelijk maken. In hoeverre hou jij je als onderzoeker trouwens bezig met de tekstpraktijk? Heb je die altijd in je achterhoofd, of is die toch wat verder weg?

Het onderzoek dat binnen taalbeheersing gebeurt, is relatief praktijkgericht. Binnen VIOT – de Vereniging Interuniversitair Overleg Taalbeheersing, waar ik bestuurslid van ben – proberen we al heel lang een brug te slaan naar de tekstpraktijk. Dat is nog niet zo makkelijk; de ene keer lukt ons dat beter dan de andere. We organiseren bijvoorbeeld congressen en bijeenkomsten waar we praktijkmensen bij betrekken. Daarnaast wordt er steeds kritischer gekeken naar het nut van ons onderzoek: het moet maatschappelijk relevant zijn, of er moeten concrete opdrachtgevers voor zijn. Zo heeft een paar jaar geleden een groep taalbeheersers meegewerkt aan een groot NWO-onderzoeksprogramma naar de begrijpelijkheid van taal, dat onder meer resulteerde in de Kennisbank Begrijpelijke Taal. Ook als vakgroep worden mijn collega’s en ik regelmatig benaderd door organisaties die advies willen over de effectiviteit van hun communicatie. Ik ben bijvoorbeeld betrokken bij onderzoek voor het Universitair Medisch Centrum Groningen over de effectiviteit van de overdrachtscommunicatie tussen intensive care-artsen.

Dat zijn zo te horen opdrachtgevers die zich realiseren hoe belangrijk taal en tekst is. In de 17 jaar dat ik tekstschrijver ben, ben ik nog nooit een opdrachtgever tegengekomen die zei: laten we deze brieven eens A/B-testen. Meestal zit je als tekstschrijver aan het eind van de pijplijn, als alle ogen gericht zijn op het opleveren van een product. Over het algemeen is er weinig tijd en geld voor reflectie.

Dat begrijp ik. Je zou erover na moeten denken hoe je bij opdrachtgevers de boodschap voor het voetlicht krijgt dat communicatie – met daarin de tekst- en taalkeuzes die je maakt – een beleidsinstrument is. Daar valt veel geld mee te besparen en te verdienen, als je het goed aanpakt. Als tekstschrijver zou je moeten uitdragen dat tekstschrijven écht een vak apart is, en dat je een tekstschrijver al op het strategische niveau bij een project moet betrekken. Als beroepsvereniging zou je bijvoorbeeld een aantal best practices in de etalage kunnen zetten van bedrijven die dit hebben ingezien en die jullie hulp daarbij hebben ingeroepen. Ik ben ervan overtuigd dat tekst enorm belangrijk is. Zeker voor ingewikkelde boodschappen blijft tekst cruciaal.

Ninke Stukkers onderzoek: stijl in verhalende teksten

In verschillende genres kom je verhalende teksten tegen: bijvoorbeeld in literaire fictie, in de journalistiek en in educatieve teksten. Een fictioneel verhaal wordt vaak verteld in de onvoltooid verleden tijd: ‘Piet liep op straat en wat zag hij daar?’ Je voelt het meteen: daar komt een verhaal aan.

In verhalende nieuwsteksten gebeurt iets bijzonders: daar wordt de tegenwoordige tijd vaak gebruikt om een verhaal te vertellen. Dat heet ook wel de praesens historicum. ‘Piet liep op straat en genoot van de zon. Ineens komen er drie mannen op hem af. Ze pakken zijn tas en gaan ervandoor.’ In de Franse en Engelse journalistiek bestaat dit fenomeen niet. In Nederlandse journalistieke teksten waarin een spannende gebeurtenis meeslepend wordt beschreven, wordt ongelooflijk veel gebruikgemaakt van die praesens historicum.

Stukker doet onderzoek naar vragen als: Waarom doen auteurs dat? Doen ze dat bewust of onbewust? Welk effect bereiken ze met die praesens historicum? En waarom komt dit verschijnsel in romans nauwelijks voor? Als onderzoeker laat ze daar vervolgens een aantal aannames op los. Zo is het bekend dat de onvoltooid verleden tijd geschikt is om te verwijzen naar iets wat niet bestaat. Kiezen journalisten daarom voor die praesens historicum? Om het verhaal realistisch te maken, alsof je er zelf bij bent?

Daarnaast betrekt Stukker er nog een andere, meer taalkundige vraag bij: Naast de praesens historicum-betekenis (die zorgt voor dat subjectieve en meeslepende effect) heeft de tegenwoordige tijd natuurlijk ook zijn ‘normale’ objectieve en feitelijke betekenis van ‘overlap tussen de verhaalgebeurtenissen met het vertelheden’. Hoe weet de lezer dan hoe hij die tegenwoordige tijd moet interpreteren? Welke hints uit de context gebruikt hij bij die interpretatie?

Verder lezen? Dat kan met deze links

'What is this thing called style?’

Artikel van Ninke Stukker in Tekstblad 2, 2010 over stijlonderzoek in Leiden. De stijlwiki wordt daar ook genoemd.

Kennisbank Begrijpelijke Taal

Rondstruinen in al het tekstonderzoek naar begrijpelijke taal. De kennisbank bevat honderden onderzoeken naar de begrijpelijkheid van teksten.

Stijl, taal en tekst: Stilistiek op taalkundige basis

Meer informatie over het boek dat Stukker schreef met Arie Verhagen over de onderzoeksachtergrond van formuleringskeuzes. Je kunt hier ook door een inkijkexemplaar bladeren.

VIOT Vereniging Interuniversitair Overleg Taalbeheersing

De VIOT behartigt de belangen van taalbeheersers die werken aan Nederlandse en Vlaamse universiteiten. Op hun website lees je meer over hun publicaties en activiteiten. Zo vindt in januari 2021 het VIOT-congres plaats in Gent.


    Warning: Undefined array key -1 in /var/hpwsites/u_twindigital_html/website/html/webroot/tekstbladpremium.nl/wp-content/plugins/diziner-core/lib/TwinDigital/Diziner/Core/Post.php on line 965
  • ‘Zeker voor ingewikkelde boodschappen blijft tekst cruciaal’ (copy)

    Vorig artikel

    Warning: Undefined array key 0 in /var/hpwsites/u_twindigital_html/website/html/webroot/tekstbladpremium.nl/wp-content/plugins/diziner-core/lib/TwinDigital/Diziner/Core/Post.php on line 928
  • ‘Zeker voor ingewikkelde boodschappen blijft tekst cruciaal’ (copy)

    Volgend artikel

Nog geen abonnee?

Tekstblad verschijnt 6 keer per jaar. Word lid en ontvang meteen het volgende nummer van Tekstblad!

Ga naar de website of stuur een e-mail naar klantenservice@virtumedia.nl

Contact

Redactieadres Tekstblad, p/a Departement van Communicatie en Cognitie, Tilburg University, Postbus 90153, 5000 LE Tilburg of redactie@tekstblad.nl.

Uitgever Virtùmedia, Postbus 595, 3700 AN Zeist, 030-6920677, tekstblad@virtumedia.nl, virtumedia.nl

Nieuwsbrief

Meld je aan voor onze nieuwsbrief en ontvang het laatste nieuws.

© Tekstblad – 2022